'Ik weet waarom we hier zitten,' zeg ik

M. zucht. ‘Sorry,’ zegt ze. En ze zegt ook: ‘Zo gaan die dingen.’
Ik weet ook dat die dingen zo gaan.
Zo gingen.
Er klopt niets van de volgorde.

En ik weet nog iets: ik heb mezelf terug,
het is gebeurd op het punt ergens tussen raken en loslaten,
een tussenmoment, zoals bij boksen.

Ik ga terug naar het begin, naar datgene waarnaar ik op zoek ben,
tussen de aanval en de verdediging in.
Denken en praten en voelen tegelijk.

Ik duw de tafel van me af, sta op en loop naar buiten, de straat op.
Hier ben ik. 

- Maartje Wortel, (Ijstijd, pag. 235) -