E. keek niet naar haar. Hij trok zich terug in verder zwijgen.
Alsof zijn lichaam
het vermogen bezat om zijn zintuigen weg te rukken,
naar binnen, weg van de
buitenkant van zijn huid,
een diepere, meer ontoegankelijke schuilplaats in.
en begon ze te wassen,
met kruimelende, helblauwe zeep.
- Arundhati Roy, (De
god van de kleine dingen, pag. 96) -