Je wuift jezelf uit, je zwaait naar het niets

p.m.
dat er onkruid gewassen is
tegen middagdemonen
dat bloemen horen
te staan, te blijven
dat vogellijven niet voor de kat
niet per se, op voorwaarde dat
in een warme, droge hand
dat zweet over je rug kon stromen
en toch een warme, droge hand
dat ik een vogel wilde zijn
alstublieft meneer merlijn

dat herinneren vervoegbaar is
en we ons daarnaar kunnen voegen
zelfs nee zeker
als het na de middag is.

- Hilde Keteleer, ('Pro memorie' uit 'Het liegend Konijn', pag. 84) -