Achter de ramen van de huizen aan de overkant huiverden vitrages en schimmen van aangezichten.

Ik vraag me af hoe ikzelf eruitzie
hier in die schemering,
bleek van een melancholie
die als een homp was achter mijn ribben hangt
op de plek waar normaal een hart zou moeten slaan.

- Erwin Mortier, ('De onbevlekte', pag. 53) -