De tijd trok me destijds mee als een moeder haar koppige kind

Misschien zou onze ontzetting nooit meer zo groot zijn 
als bij die eerste val uit het paradijs van de onschuld.

En dat terwijl er nog talloze andere slachtoffers zouden volgen,
maar we wenden eraan,
de tijd beteugelde het verdriet,
onze verbijstering bij het zien van die eindeloze verschrikkingen werd zwakker,
ja, de ontzetting kan verdoofd worden,

maar de hoop blijft,

ze is als een meerkoppige draak,
waarbij telkens als hem een kop afhakt
een nieuwe op zijn geschubde schouders groeit.

Nino Haratischwili, ('Het schaarse licht', pag. 272) -