Hij kwam
en hij ging, ja.
Hij arriveerde tussen twee verkleurde maisakkers uit het
oosten
en vertrok langs een bloeiende laan kastanjes richting zuid.
Die onrust
van hem heb ik altijd begrepen.
Huizen en straten zijn bakens die wij zelf in
ons hoofd hebben aangebracht,
net als kalenders en klokken
en opgeschreven
verhalen.
Maar in J.'s memorie zitten een paar andere dingen,
wielen en paarden
en blaffende honden
die allemaal aandringen op vertrek.
Zou de ruimte trekken?
Bossen, torenspitsen, landerijen,
zeg maar vrijheid?
J.'s ruimte trekt
helemaal niet,
maar schuurt voortdurend tussen zijn huid en zijn kleren tegen
hem aan.
- Margriet de Moor, ('Hertog van Egypte, pag. 13) -