De
paradox van vulkanen was dat ze symbool stonden voor vernietiging
maar ook voor
leven.
Als de lavastroom eenmaal afneemt en afkoelt,
stolt ze en wordt de lava
in de loop van de tijd afgebroken tot aarde
– rijke, vruchtbare aarde.
Ze was een vulkaan.
En net als een vulkaan kon ze niet van zichzelf weglopen.
Ze moest blijven waar ze was en aandacht besteden aan het onontgonnen land.
Ze kon een bos in zichzelf planten.
- Matt Haig, ('Middernacht bibliotheek', pag. 316) -