Ze
vertelde dat ze was opgegroeid met twee bedden in haar kamer.
Omdat haar ouders
op het moment dat ze de meubels kochten
van plan waren een tweede kind te nemen
– dat kind was er nooit gekomen,
maar het bed was gebleven.
Ze was eraan gewend
geraakt met dat spookbroertje te leven,
haar moeder niet: ze beschreef haar als
een lijdende vrouw,
een slaapwandelaarster die door het huis dwaalde,
op zoek
naar een gevoel dat haar telkens ontglipte.
Paulo Cognetti, (Sofia draagt altijd zwart, pag. 221) -