_

Mystiek is voor mij aandacht, niet voor de verre waaroms, 
maar voor de levende wortels van dingen en mensen vlakbij. 
Het ritme beleven waarin ik en de anderen en de wereld 
duizelingwekkend samenvallen en apart zijn.

Steeds meer deuren die openslaan 
en tegelijk steeds duidelijker alleen zijn in eigen huis.
Wezenlijke verwantschap en oneindige vervreemding. 
Nieuwe ogen om het leven in een andere samenhang te zien. 
Oren om de hartslag van het heelal waar te nemen. 

Sneeuwwitje loopt door de winkelstraten, met een boodschappenmandje in haar hand 
en een appel in haar keel en er is geen prins die haar tot leven zoent. 
Weten waar de heks, die het op Hans en Grietje gemunt heeft, 
woont in een huisje dat druipt van zoetigheid. 

Het neuriën kennen van de elfen en het droompaleis van hun bloemenstalletjes.
Paardenbloemen. Grasbloemen. Koekoeksbloemen. 
Geen rozen, mevrouw, want de kleuren van mijn verroeste fiets zijn dieper 
dan die van de rozen… 

De stilte is vol gesprekken en de nachtmotten zijn bondgenoten.

- Bruno Paul de Roeck, (Het gras onder mijn voeten, pag 78) -