Kon ik maar slapen als een dier, diep en toch paraat

Je vindt het interessant hoe ik me beweeg
in deze stad waar geen vogel doorheen komt
het uitzicht vierentwintig uur lang kermis is.
Mensen dringen naar voren
alsof ze een prijs mogen halen
.
Ik zie waar je bent geraakt
je zegt: 'Hier kan ik iemand zijn'
en maakt een pijl-en-boog die je uit het raam richt.

Onderweg slapen we kuilen in matrassen
wisselen we onszelf keer op keer in terwijl
ergens een wekker gaat die niemand uitzet.

- Kira Wuck, ('De zee heeft honger', pag. 48) -