Sommige mensen gaan te biecht
bij een zwangere vrouw. Op de trap
vertelt de buurman van beneden
dat zijn moeder, achtentachtig jaar,
de laatste tijd begint te praten
over broers die hij niet heeft,
nooit had, een tweeling ergens
in haar hoofd die op de valreep
nog een leven krijgt. Ze wil weten
waar de foto's zijn. Steeds vaker
vraagt ze boos waarom er iemand
in haar kamer staat, de hele nacht,
die wacht en kijkt en zwijgt.
- Ingmar Heytze, ('Broers' uit 'De man die ophield te bestaan', pag. 26) -