In de tijd dat ik Godengrieks sprak, was ik vaak in Griekenland.
Een paar jaar later was ik op het eiland Ithaka.
De dag dat ik zou vertrekken, was ik op mijn brommertje de verkeerde weg ingeslagen.
In plaats van bij de opgraving kwam ik bij een huisje aan zee, waar de weg doodliep.
Een Macedoniër en zijn Duitse vrouw hadden daar een klein verstopt tavernaatje geopend.
Volgens mij hoopte ze op zo min mogelijk gasten.
De locatie was althans ideaal toegesneden op die wens.
Ik kreeg meloen uit de tuin en raakte met hen aan de praat.
Toen de zon begon te zakken, vroeg hij of ik misschien trek had in vis.
Ik vroeg hem welke vis hij op het menu had.
'We zullen zien,' zei hij.
Hij trok zijn zwemvliezen aan, nam zijn harpoen en sprong vanaf het terras de zee in.
- Ilja Leonard Pfeijffer, ('De filosofie van de heuvel. Op de fiets naar Rome', pag. 53) -