Een man betrad het hoofd van een vrouw,
liep aarzelend rond
tot hij gewend was aan het donker
en het stof.
'Mooi,' zei hij toen, 'ik vind het hier mooi.'
En hij vroeg:
'Nu jij, zou jij...'
'Nee nee,' zei zij,
want ze was bang
dat het daar groot zou zijn, onherbergzaam
en wild
en oogverblindend licht.
- Toon Tellegen, ('Zonder titel' uit 'Alleen liefde', pag. 30) -