Het barst van leven aan mijn dunne huid

Dit is de vraag: hoe hoog een mens kan vallen,
hoe diep hij klimmen kan, hoe lang zijn zucht
naar avontuur, naar sneeuw en ijle lucht,
naar hemelhoogte, pijn en ijskristallen

hem voortdrijft, verder. Eenzaam duurt het langst:
kortstondig buiten adem op de toppen
van wat hij kan, het hart te voelen kloppen,
de overwinning op zijn diepste angst.

En elke klim is het dalen in het duister:
al sta je op een helverlichte berg,
steeds is er dat ondeelbare moment,

die stilte, door geen schepsel ooit beluisterd,
dat juichen van een sprakeloze dwerg
omdat je dan pas ziet hoe klein je bent.

- Rikkert Zuiderveld, ('Mozes 2' uit 'Adam zaait radijzen', pag. 23) -