Toen ik na een hondensleetocht over de bevroren fjorden
van mijn Inuïtbegeleider afscheid nam, leerde hij me een woord uit zijn taal: dank.
Maanden later reisde ik naar Oost-Groenland terug en wilde hem een foto geven waarop we beiden stonden.
Een Inuït nam de foto in zijn hand en keek lang zwijgend naar het beeld.
Na een lange stilte zei hij: "Hij slaapt".
Ik vroeg hoelang hij zou slapen.
Hij zei: "Voor altijd".
Jagend op een ijsbeer, was hij ver van de nederzetting, door het ijs gezakt en verdronken.
Zijn honden hadden zich kunnen redden.
Ik schreef op de foto: qujanaq. Het woord dat hij me leerde.
Want soms moet men een woord afstaan.
Soms moet men een woord terugschenken aan wie het ons gaf.
- Claude van de Berge, ('Artica', pag. 5) -