Je vond een gat in de sneeuw en maanden later gras erover

als je probeert ergens bij te horen
en je daar moe van wordt

iemand vraagt aan zijn tafelgenoten:
wat is transcendent en je kijkt naar alles
wat achterblijft op de borden, buiten
waaien plots bladeren op, het gaat
regenen, denk je, en dat je niet bang bent,
zeg je tegen jezelf, 's nachts in het
buitenland, dan vraagt iemand jou naar
vergankelijkheid, of je daartegen schrijft
en zoniet, is het dan therapeutisch

je stelt je dan gombomen
voor in de tropen, koerende
duiven in gombomen.

- Miriam van Hee, ('Brussel, jardin botanique' uit 'De bramenpluk') -