Soms leek de tijd bezworen, de wind
voorgoed te gaan liggen – en wij, wij bleven achter
zoals wij waren, verdwaald tussen ontreddering en roes –
- Hans Tentije, (gedeelte 'De gouden speld II' uit 'Wat het licht doet', pag. 34) -
.. en dat ze dan beneden op je staan te wachten met bitterballen, open armen en matrassen.