Ik voelde me thuis in de chaos die hij zo vurig en met alle hem ter beschikking staande middelen probeerde te bestrijden

‘Ik rij spook’, zei hij een keer, en keek naar me met smalle gele ogen.
Hij stond in de keuken bij het aanrecht en onderbrak zijn werk:
het snijden van tomaten en uien.

- Manon Uphoff, (De spelers, pag. 44) -