En zo kan het gebeuren dat een mens zijn leven lang een hemdje bewaart omdat het aan een baby heeft toebehoord, een baby die er niet meer is, alleen het hemdje is er nog. Of je zeult je verdere leven een scheerkwast mee, een bril, een doosje sigaren, een pennetje. Je bewaart die dingen, maar je vervloekt ze ook.
Je vervloekt het lot dat van jou een vrouw heeft gemaakt die dat soort dingen bewaart, dingen die op zich geen enkele betekenis hebben. Een hemdje, een doosje sigaren, een pennetje, een bril. Het ding is net zo goed souvenir als reliek. Of fetisj. Alleen dat woord al. Souvenir.
Mensen die menukaarten bewaren want ‘dat is een mooi souvenir’.
Alsof ze daarmee het feest langer kunnen laten duren.
Of opnieuw laten plaatsvinden.
- Kristien Hemmerechts, ('Van mensen en dingen' uit 'Als een kinderhemd', pag. 104-105) -