'Mooi, hè,' zei ze als ze even gekeken had.
En dan, voorafgegaan door een onhoorbaar zuchtje: 'Ja joh'
een woordcombinatie die in een onnavolgbare intonatie
de berusting uitsprak in het onaanvaardbare -
dat alles verandert en voorbijgaat,
en dat dat niet zo had mogen zijn.
- Robert Anker, (Negen levens, een dorp als zelfportret, pag. 28) -