De een legt zich bij de feiten neer,
roept naar de ander: ‘Moet je ook doen!
Ze zijn zó zacht en onnauwkeurig…’
De ander gaat de feiten nog te lijf,
verscheurt ze, verdoezelt ze en gooit ze weg.
‘Ik voer nog achterhoedegevechten!’ roept hij
met schorre stem.
Buiten bloeien dahlia’s en goudsbloemen
en een gele roos.
‘Ik droom’ roept de een, ‘nu de slordigste dromen…’
En ik, denkt de ander, sterf een achterhoededood,
door iets verdwaalds geraakt.
- Toon Tellegen, ('De een legt zich bij de feiten neer' uit 'De een en de ander', pag. 26) -