Hoewel ze nog altijd liep te verdwalen en zich verontschuldigde met vriendelijke oogopslag

Met geen stok was hij ertoe te bewegen een ander boek te lezen dan de Odyssee, in het Grieks, waarbij ik hem nooit had kunnen betrappen op enige belangstelling voor de inhoud ervan.

Hij was geïnteresseerd in de letters, dat dun getekende abracadabra waarmee hij de kloof van de tijd probeerde te dichten die tussen hem en zijn schoolbankjaren gaapte, een donker gat waarin allerlei dingen tot leven kwamen, groeiden en ziek werden die hij nooit had gewild.

Zijn laatste droom bestond uit het Oudgriekse alfabet en uit de afdaling van mijn moeder op de stoeltjeslift langs de trapleuning, elke ochtend dat hij haar beneden in de hal opwachtte met thee en beschuit.

Zij waren met z'n tweeën.

- Doeschka Meijsing, ('100% chemie', pag. 15) -