Of dat een dag je vasthield zoals deze,
eentje die er altijd is, in je armen
legt, dat een dag je vroeg om voor even
hem vast te houden en je deed het. En
de loop van je leven werd op je gericht, iemand wilde
dat je niet verder ging, dus bleef. - Het is
laat geworden, later sinds die dag,
in de luchtbel die alle lichamen zwevend
houdt, zullen wij confetti van onszelf
maken en gaan dwarrelen, feestelijk
en ongericht, de vele streken 's nachts
losgemaakt uit onze haren zullen
ons niet verjagen. - Hoor ons beverig lied
fluiten langs je randen, wil je deze
dag niet bij je nemen, tussen potgrond,
stronken, korsten, koffiedik, opeen
volging en duur geperst, onsterfelijk wezen.
- Eva Gerlach, ('Dag' uit 'Een bed van mensenvlees', pag. 51) -
(De gaten in de werkelijkheid, waar je steeds doorheen lijkt te zakken, zijn in feite de gaten in je eigen geest: te weinig zien en te veel vergeten, te weinig begrijpen en te veel interpreteren. Er is een patroonvormende instantie in de hersens almaar bezig die losse flardjes werkelijkheid om te zetten in iets wat nog samenhang heeft. Poëzie is zo bezien de neerslag van een proces dat die samenhang zoekt. In Een bed van mensenvlees gaat het Eva Gerlach erom in die gaten te gaan zitten. www.boekboek.nl).