Inmiddels werd het drukker en drukker, er was veel dat overbleef. Een zijweg, nog een, nog een. Maar nu we die allemaal hebben gehad, moet ik gaan, begrijp je? Er is hier geen blijven voor mij als ik niet kan zien wie ik zijn mag. Het zag er allemaal heel anders uit. En ik weet niet waar, waarom het is. Ik weet niet hoe.
Ik wil je vragen naar wat zoekraakt. Naar wat gevonden wordt en naar de leegte. ‘Ik weet niet wat ik van dit verhaal moet denken’, zei je tenslotte. Ik hoorde mezelf daarop ‘Sorry’ mompelen al wist ik dat ik het niet meende. Sorry dat ik zomaar ga, sorry dat er geen aarzeling bestaat, sorry dat het roerloos over raakt. Hoe je al bekend was met hetgeen ophoudt te bestaan en me daarin verder liet gaan. Hoezeer ik op tegenhouden hoopte, hoezeer ik ook een armworsteling had verwacht,
of een hek.