Zoals kinderen vechten. Zoals vuur gloeit.
Zoals insecten hun poten aflikken. Zoals
het licht zichzelf afweegt. Zoals honger opduikt.
Zoals boodschappen weerkaatsen. Zoals
wij dromen van monsters.
Zoals wij verlangen
en de was doen.
- Adriaan Jaeggi, ('Vingergeheugen' uit 'Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten', pag. 19) -