Op de uitnodiging stond: 'Kom je ook? Het wordt een gigantisch feest!'
met een afbeelding van een gigantische walvis erbij.
Het was een echte walvis, een foto van een echte walvis.
Ik keek in zijn minuscule wijze oog en vroeg me af waar dat oog nu was.
Leefde hij nog en zwom hij rond of was hij allang dood,
of was hij nu bezig te sterven, precies op dit moment?
Wanneer een walvis sterft dan valt hij langzaam door de oceaan naar beneden,
in de loop van een dag. Iedereen ziet hem vallen,
als een reusachtig standbeeld, als een gebouw,
maar langzaam, langzaam, langzaam.
Ik focuste al mijn aandacht op het oog, ik probeerde erin te komen,
op weg naar de echte walvis, de stervende walvis,
en ik fluisterde: 'Het is niet jouw fout'.
Misschien was dit eigenlijk het enige wat ik ooit tegen iemand had willen zeggen,
en had willen horen.
- Miranda July, ('Niemand hoort hier meer dan jij', pag. 18, 19. Laatste zin pag. 15) -