Wij hebben een huis gebouwd met heel veel stekkers en snoeren, en hout en ijzer.
En veel deuren, maar zonder ramen. We hebben spijkers geslagen en schroeven diep het hout in gedreven. We zijn een familie geworden met twijfelachtige omgangsvormen.
Hij heeft toen een vlinder gevangen en de vleugels ervan afgetrokken,
omdat hij iets nodig had voor de binnenkant van mijn dromen.
En we hebben een hond in een kastje geschroefd om het kastje te laten lopen.
Met kauwgom en een stukje wandmeubel heb ik mijn borsten vergroot.
We hebben zo ons best gedaan.
- Ko van den Bosch, ('Frankenstein' uit 'Komt op, rookt wat, gaat af', pag. 401/402) -