Zonder weg

Als er geen weg is zullen we gaan.

Verschuif iets. Zo, ja. Pas op, anders vallen we.
Ruik het hout, de verse lengtes. Elk uitzicht
een toekomstig blauw, van vlaktes laag of hoog.
Wie niet meegeeft beschadigt zich. Vlucht. Angst
is statisch, onverplaatsbaar. We manoeuvreren.
Toch. Altijd, maar langzaam, onzichtbaar haast.
Duwen. Een wolkig gebergte onder een maan.
Verder niets te zien of te horen. Schurk ertegen.
Een voorwerp laat zich enkel gelijkmatig verplaatsen.

Strand. Korrels, eindeloos stukgeslagen steentjes.
Onmogelijk te zeggen waar we zijn. De zee is
enkel de zee. Schuim over land. Zet het neer,
laat het tussen ons in. Er is geen terug of heen.
Alles is onbepaald. Blijf erbij. Concentreer je.
We zijn hier op een bepaalde manier gekomen.
Camoufleer die. We kunnen niets vernietigen.
Hoor je me nog? We lijken net elkaars schaduw.
Dezelfde bewegingen. We volgen, leiden niet.
Stilstand oogt immer dreigend, ontoelaatbaar.
De golfslag is harder hier, althans zo lijkt het.
We willen telkens wegspringen voor het voorbij.

Als er geen weg is kunnen we gaan.

- Erik Lindner, ('Ik, omdat jij') -