Het mag duidelijk zijn, ik wil aan de taal de glorieuze plaats geven die zij verdient.
Toch gaat daar nog een waarde boven, en dat is die van de schoonheid.
Schoonheid, vinden sommigen, kan de mens op een dwaalspoor brengen.
Daar stel ik tegenover, dat dit probleem in de mens gelegen is,
en niet in de schoonheid. Want die bestaat enkel ter wille van zichzelf.
Zij ademt belangeloosheid. Dus wat kan ze verkeerd doen?
Er valt hier natuurlijk evenveel tegen te zeggen als voor.
En nu ik dan toch vrij ben, kies ik voor.
Dat zijn twee vliegen in een klap:
ik consumeer mijn vrijheid, en vind een onderwerp van toewijding.
Wie nu denkt dat ik mijn kast vol heb staan met porseleinen herderinnetjes, vergist zich.
Ze zitten in mijn hoofd.
- Marco van Zon, ('Aanwijzingen', www.ronvanzon.nl/marcovanzon) -