Genoeg zon en nu
de kroeg.
Ik zal donker
proosten in stilte.
Hallo, zeggen,
dat ik haast heb,
binnenkort enzo.
Eerst mijn vingers
rustig krijgen.
Ik vloek alleen in
het bos, wees gerust.
De bomen hebben
een keer terug
geslagen.
- Kasper Peters, ('Ik en morgen' uit 'Hellevaartsdagen', pag. 17) -