Ik weet niet precies waarom. Het kwam er gewoon niet van

Dat we zeiden dat het niet gebeurd was was zó vaak dat we
op het laatst de helft van de dingen die we deden
net alsof níet beleefden.

Je zei iets waarvan ik dacht dát moet ik onthouden
dát snijdt hout maar ik vergat
en om de teleurstelling dragelijk te houden wendde ik voor
dat ook dít niet plaats had gehad.

Ik beet in je hand zó hard dat mijn tanden.

Je riep om hulp maar je keel produceerde geen geluid
dus ademde het maar wat.

Je viel maar ik raapte je niet op.
Ik weet niet precies waarom.

Het kwam er gewoon niet van.

- Erik Jan Harmens, ('Als ik mijn vrouw doormidden zaag heb ik er twee' uit 'Menigten', pag. 19) -