'Het scheelde niet eens zoveel' zei ik.
'Volgende keer scheelt het haast niets,' zei ze, en ze liet me de millimeter tussen haar duim en wijsvinger zien.
'Ja,' zei ik. 'En de volgende keer worden we gevonden.'
'Jij', zei C.
'Ja, ik' zei ik.
- Bart Moeyaert, ('Graz', p. 101) -