Mijn ruimten zijn fragiel

Ik zou willen dat er plekken bestonden die blijvend waren,
onbeweeglijk, onaantastbaar, onaangeraakt en haast niet aan te raken, onveranderlijk en geworteld; plekken die konden dienen als referentie, als vertrekpunt, als bron.

Zulke plekken bestaan niet, en omdat ze niet bestaan wordt de ruimte een vraag, houdt de ruimte op vanzelfsprekend te zijn, onderdeel te zijn van het lichaam, eigen te zijn.
De ruimte is een twijfel: iets wat ik aan één stuk door moet afbakenen en aanwijzen; iets wat nooit van mij is, wat voor mij nooit een gegevenheid is, wat ik moet veroveren.

- George Perec, (Ruimten rondom, p. 110) -