Ik merk het aan mijn dromen. De gebruikelijke blijven komen.
Daar kun je gif op innemen. Ze herhalen zich volgens het vaste patroon.
Maar daartussen, af en toe, is het soms alsof er ergens een deur openwaait.
Er valt licht binnen. Alsof iemand ergens achter mijn rug een luik heeft geopend.
Ineens werp ik schaduw.
- Arthur Japin, (De overgave, p. 15 ) -