Al zo ver weg dat je niet meer weet
of de stenen tegen de bergen nog
schapen zijn, een langzaam
omhoog rollende lawine
of al stenen,
dat je niet weet wat blijft.
- Rutger Kopland, ('In de bergen II' uit 'Gedichten 1966-1999', pag. 238) -
.. en dat ze dan beneden op je staan te wachten met bitterballen, open armen en matrassen.