Zolang we leven, hebben we te maken met de omstandigheden
die zich opstapelen als kussens, zacht en overal.
Nee, niet overal. Wijzelf zijn er ook nog.
Wijzelf zijn het, die paal en perk stellen aan
al wat zacht is om ons heen
en onbestemd.
Daar zetten wij het mes in, dat is wat leven is.
Niet het mes, maar de vork.
Niet het mes, noch de vork, maar het lege bord.
Er is altijd wel iets dat de plaats inneemt van het vorige.
Zo niet inneemt, dan toch afstaat. Ruimte.
- Gerrit Krol, (Gedeelte 'Ruimte' uit 'Geen man, want geen vrouw', pag. 10) -