'Ik weet niet wat ik van dit verhaal vind,' zei ik, toen ik dacht dat ze klaar was.

Eigenlijk belt H. altijd ongelegen.
Onze telefoongesprekken duren zonder uitzondering lang,
veel te lang. H. heeft tijd nodig.
Het komt voor dat ze een paar minuten niets zegt.

'Zal ik ophangen, H.?'
Dat wil ze nooit.
'Nee, je moet blijven luisteren,' zegt ze.
'Ik ben verdwaald in een gedachte'.
Ze ademt zwaar, zoekt iets, een woord,
een duidelijk woord.

- Thomas Verbogt, (gedeelte hoofdstuk 1. uit 'Zomergasten', pag.3 ) -