Misschien, zegt hij, wil ik iets
om voorgoed naar te kijken.
Het moment dat ik uit het zicht verdween, iets
dat er buiten mij is.
- Rutger Kopland, (Gedeelte 'Gesprek met de wandelaar'
uit 'Voor het verdwijnt en daarna', pag. 25) -
.. en dat ze dan beneden op je staan te wachten met bitterballen, open armen en matrassen.