Het huis in. Iemand is bang dat we
er iets van kunnen zien van zouden
vinden. Iemand anders roept van
boven dat er geen licht meer is.
Kastelen bouwen overal. Op een
dag jaren terug kwamen ze met
z'n drieën de bank brengen. Boven
hun hoofd en verder had ik niks.
Nu jij. De hoogste verdieping is
een bad. Zien we niet, voelen we.
Torenkamer om gevangen te
zitten tot je haar tot de grond
en dat dan zelf afknippen.
Wij willen ook pompoenen.
- Vrouwkje Tuinman, ('Blauwdruk' uit 'Vitrine', pag. 38) -