Roerloos raakt het over

Het is niet dat zo'n leegte
zo iemand zoiets aandoet.
Nasleep van een nalatenschap uit wind,
die zich nog kenbaar mag maken
binnen het oog van een naald,

alsof hij daar woonachtig is.

En zich pluis voor pluis
maar uitwoont en wegdoet,
en dan hier plotsklaps weer
helemaal terug moet zijn
op van die idiote kippepoten.

- Hans Faverey, ('Roerloos raakt het over' uit 'Springvossen', pag. 35) -