Voor haar grootouders was de bestaande wereld de zichtbare wereld, niet de denkbare.
Soms wou ze dat ze het altijd zo simpel had kunnen zien.
Dat ze hun werelden in twee categorieën had verdeeld en die
dan als de waarheid had aangenomen. Onbeïnvloedbaar.
Een hanteerbare waarheid.
Maar al was die indeling wel eerder in haar opgekomen,
ze had er nooit genoegen mee genomen.
Misschien is zoiets ook wel onmogelijk, zijn zulke indelingen
alleen hanteerbaar achteraf en hebben ze weinig met het dagelijks
leven van doen.
L. lijdt onder dat hardnekkig geloof dat wanneer ze de werkelijkheid
indeelt in begrijpelijke brokken, de strijd ophoudt, het verlangen,
en dat er dan een stilstand optreedt waarin alles goed is.
- Esther Gerritsen, ('Normale dagen', pag. 8) -