"Ik probeer geen herinneringen te krijgen." zei ze.
"En als dat toch gebeurt doe ik alsof ze van een ander zijn
en dat zijn ze ook. Ik was gisteren iemand anders dan vandaag."
"Je bent ook degene die je geweest bent." zei ik.
"Die vergeet ik."
"Zonder herinneringen kun je niet leven" zei ik,
"dan heeft je leven geen richting."
"Dat moet ook niet."
Ze keek me met een baldadig lachje aan. Ik zweeg.
Ze was te jong om het te begrijpen, ze dacht nog
dat ze alle kanten op kon.
- Bernlef, ('Buiten is het maandag', pag. 157) -