Ze wilde niet

'Ik bedoel: nee, ik ga niet'
Ze wilde niet. Ik smeekte en huilde en knielde
voor haar neer, maar ze wilde niet.

Ze was waar ze hoorde. Ze was tevreden.
Ze vond het jammer dat ik ging, maar ze ging niet mee.
Ze zou zeker zestig keer per dag aan mij denken,
vier dromen per week zouden over mij gaan.

Ik hoorde haar voor het laatst mijn voetstappen tellen.
'Nu!' riep de Aziaat ergens.
Zachtjes sloot ik de deur.

- Annelies Verbeke, ('Slaap!', pag. 129) -